Regulier onderwijs
Beginselen Intellectuele Eigendom (Bachelorvak)
Leerdoel |
De student kent de nationale regels uit de rechtsbronnen,
wet, verdragen, jurisprudentie (kennis) en kan deze
toepassen op casusposities (inzicht). Tevens is de
student op de hoogte van recente wetsvoorstellen en
de wetenschappelijke discours rond een aantal thema's
uit de geschreven en ongeschreven intellectuele eigendom
(kennis). |
Inhoud |
Uitgangspunt in het handelsverkeer is de vrijheid
van mededinging. Op de concurrentievrijheid wordt
in het recht een aantal uitzonderingen gemaakt. In
deze cursus zullen zowel de geschreven als de ongeschreven
vormen van de beperking van de mededinging aan de
orde komen.
Geschreven beperking van de mededinging
Rechten van intellectuele eigendom zijn absolute rechten
op onlichamelijke zaken. Het rechtsgebied van de intellectuele
eigendom wordt rechtssystematisch beschouwd als onderdeel
van het privaatrecht, hoewel het ook strafbepalingen
bevat en met name het octrooirecht ook een aanmerkelijk
aantal administratiefrechtelijke bepalingen inhoudt.
Intellectuele eigendomsrechten zijn goederen in de
zin van het vermogensrecht. Uit de term intellectuele
eigendom kan echter niet worden afgeleid dat de gewone
regels van de eigendom van toepassing zijn. Er zijn
overeenkomsten maar ook verschillen met de eigendom
van zaken. Objecten van de intellectuele eigendom
zijn onlichamelijk, terwijl de goederenrechtelijke
eigendom betrekking heeft op (rechten op) lichamelijke
zaken. De onstoffelijkheid van het object van bescherming
van de intellectuele eigendom heeft consequenties
voor de macht die de rechthebbende op dat rechtsobject
kan uitoefenen. De inhoud van rechten van de intellectuele
eigendom verschilt daarom aanmerkelijk van die van
zakelijke rechten. Wel kunnen de verschillende rechten
van intellectuele eigendom - net als zakelijk rechten
- voorwerp zijn van overdracht en erfopvolging en
van beperkte rechten (bijv. pandrecht op octrooi of
vruchtgebruik van auteursrecht). In het introducerende
college zal de interne eenheid van het rechtsgebied
en de relatie met het burgerlijk recht aan de orde
komen. Vervolgens komen aan de orde het auteursrecht, het octrooirecht, het merkenrecht
en tot slot de samenloop van intellectuele eigendomsrechten.
Het auteursrecht is het uitsluitend recht van de
maker van een werk van letterkunde wetenschap of kunst
om zijn werk openbaar te maken en te verveelvoudigen.
Het octrooirecht is een recht
op een uitvinding. Het wordt op aanvraag verleend
en geeft de houder gedurende een bepaalde periode
het uitsluitend recht om bedrijfsmatig de geoctrooieerde
werkwijze toe te passen of het geoctrooieerde product
te vervaardigen of te verhandelen. De houder van een
merkrecht op een woord- of beeldmerk (een onderscheidingsteken
voor waren of diensten) kan zich verzetten tegen het
gebruik van een overeenstemmend merk voor soortgelijke
waren en diensten en tegen ander schadelijk gebruik
van gebruik van zijn merk. Een merkrecht wordt verkregen
door depot en kan onbeperkt worden verlengd.
Thema's
Thema's bij dit profileringsvak zijn ondermeer:
de Europese en internationale dimensie;
de plaats van de intellectuele eigendom en het ongeschreven
recht van de mededinging binnen het gemene recht;
de rechtsgrond van de (specifieke) beperking op de
vrije mededinging;
het evenwicht tussen informatievrijheid enerzijds
en de bescherming van informatieproducten en producenten
anderzijds;
de positie van de (informatie)consument;
de interne samenhang van het rechtsgebied;
de samenloop van rechten van intellectuele eigendom
(onderdeling en) met het ongeschreven mededingingsrecht.
Zie voorts de introductie in de syllabus. |
Literatuur |
Boek: Holzhauer, R.W., Inleiding intellectuele
rechten, Boom, tweede druk (2005). Syllabus: Profileringsvak Intellectuele Eigendom verkrijgbaar
bij de Onderwijswinkel Rechtsgeleerdheid, Minrebroederstraat
25 |
Voorkennis |
Geslaagd zijn voor alle grondslagenvakken (niveau1)
en alle toetsen hebben gedaan van het Kernvak privaatrecht
(niveau 2). |
Studiepunten |
7,5 ECTS |
Tijdvak |
Periode 4 |
Onderwijsvorm |
Hoorcollege 1 x per week 2 uur Werkcollege / Coachgroep 1 x per week 2 uur |
Toetsvorm |
Drie werkstukken terzake
onderscheidenlijk auteursrecht, octrooirecht en
merkenrecht (3 x 10% van het eindcijfer)
Schriftelijk tentamen (70% van het eindcijfer) |
Disciplinegroep/Sectie |
Privaatrecht/Burgerlijk recht |
Contactpersoon |
|
Programma
|
Cursusomschrijving |
Powerpoint presentaties
en opdrachten |
Zie webCT |
| |
Communicatie- en Mediarecht (mastervak)
Leerdoel |
Het verkrijgen van inzicht in de diverse aspecten
van het communicatie- en mediarecht alsmede het maatschappelijk
functioneren ervan. |
Inhoud |
Communicatie- en mediarecht is het geheel van
rechtsregels met betrekking tot de communicatievrijheid,
de communicatiemiddelen en de vormen van openbare
communicatie. Het communicatie- en mediarecht bestrijkt
aldus een groot gebied. Van dit gebied zullen aan
de orde komen o.a. de functie van de massamedia en
de bemoeienis van de overheid met de media, het reclamerecht,
auteursrecht en onrechtmatige uitingen via de media.
In de onderwijsbijeenkomsten wordt aandacht besteed
aan de volgende onderdelen: inleiding in communicatie-
en mediarecht, pers, omroep, telecommunicatie, internet,
nieuwsgaring, reclame en onrechtmatige uitingen. |
Literatuur |
Jurisprudentiebundel Communicatie-en mediarecht,
uitgeverij Ars Aequi.
Syllabus: Communicatie- en mediarecht, 2007/2008,
verkrijgbaar bij de Onderwijswinkel Rechtsgeleerdheid, Minrebroederstraat 25.
|
Studiepunten |
7,5 Ects |
Tijdvak |
Periode 1 |
Onderwijsvorm |
Basiscollege 1 x per week 2 uur,
verdiepingscollege 1 x per week 2 uur |
Toetsvorm |
Eindtoets (periode
1, oktober/november) |
Disciplinegroep/Sectie |
Privaatrecht/Burgerlijk recht |
Contactpersoon |
Mw. Mr. Drs. L. Belder |
Programma
|
Rooster |
Powerpoint presentaties |
Zie webCT |
| |
Comparative Intellectual Property Law
(mastervak)
Leerdoel |
To be filled in soon |
Inhoud |
In preparation of each meeting the study
of the materials as indicated in the Weekprogram is
obligatory.
Every first meeting out of those that are
dedicated to any specific issue will be held in the form
of a lecture; every second meeting will be a seminar.
Attendance of all meetings is obligatory.
From the first week of the course onwards
each student is required (individually) to submit a
paper for each second meeting out of two that is dealing
with a specific subject. For their papers students may
consult the Faculty Library at ‘t Hoogt 13.
The papers (of about 5 typewritten pages)
have to deal with the topics that are indicated in the
Reader. They have to present a comparison between the
national law with which the student is familiar and at
least one of the different other national legal systems
included in this course as well as with EC and
international Law.
The papers have to be written in English;
references to sources such as provided for in the Reader
ought to be made. Internet references should give a full
account of the source.
The papers must be received by professor
Grosheide in his pigeonhole on the second floor of the
Molengraaff Institute at the latest on the Thursday at
17°° h. a.m. prior to the meeting in question.
Students may be invited to give a short oral
presentation of their papers during class |
Literatuur |
-
Reader, available at the Onderwijswinkel
-
More to come! |
Voorkennis |
basic knowledge
intellectual property law |
Studiepunten |
7,5 ECTS |
Tijdvak |
Semester 1 period 2 |
Onderwijsvorm |
Lecture |
Toetsvorm |
The
grade for the course will be based on the papers and on
the oral presentations if the case may be. The papers
will be judged by their contents (depth of discussion,
originality, references). |
Disciplinegroep/Sectie |
Private law |
Docenten |
Prof. Dr. J.J.
Brinkhof, Prof Dr. Th.C.J.A. van Engelen |
Powerpoint presentaties |
|
| |
Verdiepingsvariant
Intellectuele Eigendomsrecht: Auteursrecht en de nieuwe
media

(Samenwerkingsproject Molengraaff Instituut/Centrum
voor Intellectueel Eigendomsrecht en Instituut Media en
Representatie, Faculteit Letteren UU)
Leerdoel |
Grondige kennis van het relevante auteursrechtelijk
begrippenapparaat. Inzicht in de (historische) relatie
tussen informatie- en communicatietechnologie enerzijds
en het auteursrecht anderzijds. De student leert deze
kennis en inzicht te koppelen aan specifieke actuele
casus. |
Inhoud |
Het gebruik van en de toegang tot auteursrechtelijk
beschermde informatie (beeld, muziek, film, tekst,
software) op het internet geeft aanleiding tot discussie
tussen producenten en consumenten van informatieproducten.
Met de invoering van nieuwe media rijst enerzijds
de vraag of binnen het bestaande recht in het gewenste
beschermingsniveau kan worden voorzien en anderzijds
of de informatie voor een ieder toegankelijk blijft.
Opnieuw moet worden beschouwd of bestaande concepten
kunnen worden toegepast of dat wijziging van het instrumentarium
noodzakelijk is. Onder druk van de verschillende belanghebbenden
wordt veelvuldig nieuwe regelgeving aangenomen. Daarbij
is het de taak van de wetgever een belangenafweging
te maken tussen de vrije toegang tot informatie enerzijds
en de bescherming van de auteursrechthebbende anderzijds.
Communicatietechnologie en auteursrecht hebben elkaar
van oudsher in sterke mate beïnvloed. Met de
uitvinding van de boekdrukkunst werd een belangrijke
grondvoorwaarde gecreëerd voor het ontstaan van
het auteursrecht. De ontwikkeling van nieuwe uitdrukkingsmiddelen
(film en fotografie), nieuwe verveelvoudigingsvormen
(geluids- en beeldopnamen en reprografie) en nieuwe
verspreidingstechnieken (omroep, kabel en satelliet)
heeft het auteursrecht in de loop van de twintigste
eeuw gestalte gegeven.
Veel aspecten van het auteursrecht zijn van belang
voor de nieuwe media. In de cursus zal allereerst
in algemene zin worden ingegaan op inhoud en omvang
van het auteursrecht. Daarnaast zal de historische
ontwikkeling van dit gebied onder invloed van de communicatietechnologie
worden beschreven aan de hand van een viertal onderwerpen
(vroege fotografie, de fonograaf, software en computer
generated works).
Actuele onderwerpen die aan de orde komen zijn: sampling
van beeld en geluid, hyperlinks, databankrecht, fotomanipulatie,
uitoefening en handhaving van het auteursrecht (exploitatierecht,
gebruiksrecht, aansprakelijkheid, technische bescherming
en privacy), Peer to Peer, standaardisatie en interoperabiliteit. |
Literatuur |
M. De Cock Buning, Auteursrecht en informatietechnologie,
Amsterdam1998
Syllabus
Programma |
Studielast |
7,5 ECTS |
Tijdvak |
Periode 4 |
Onderwijs
Vorm |
Hoorcollege, 1x per week 4 uur
Vrijdag, 11.00-15.00 uur |
Toetsvorm |
Schriftelijk tentamen (70%) en paper of voordracht
(30%). |
Disciplinegroep |
Privaatrecht |
Contactpersoon |
Mw. Prof. mr drs. M. De Cock Buning
of
Daan van Eek |
Powerpoints |
Zie hiervoor WebCT
|
| |
| |
Scriptie

Doel |
Doel van een scriptie is het door middel
van zelfstandig onderzoek tot uitdrukking brengen
van kennis en vaardigheden opgedaan in de studie,
neergelegd in een schriftelijk verslag. De scriptieregeling
is opgenomen in de brochure 'Facultaire regelingen'. |
Contactpersoon |
In overleg met de contactpersoon van een (bovengenoemd)
vak kan een scriptie op het betreffende rechtsgebied
worden geschreven. |
| |
Postacademisch Onderwijs (PAO)
INSCHRIJVEN
Teksten en documenten van CIER-medewerkers worden
bestreken door
Creative Commons
License Attribution 2.5, tenzij
anders aangegeven. |